Jaarlijks overlijden er konijnen aan VHD of myxomatose. Het is dan ook raadzaam om uw...

Inleiding
Staart en Manen Eczeem (SME) is een groot probleem bij veel paarden. Het aantal paarden met klachten lijkt elk jaar toe te nemen. Er bestaan meerdere benamingen voor Staart en Manen Eczeem. De officiële term is insectenovergevoeligheid. Daarnaast wordt er regelmatig gesproken van zomerjeuk of zomerschurft. SME komt voor in grote delen van de wereld. Het is een van de belangrijkste oorzaken van jeuk bij het paard.
Oorzaak en voorkomen
SME ontstaat als een allergische reactie op het speeksel van muggen. Dit speeksel laten de muggen achter op het moment dat ze bijten. Meestal is er sprake van een overgevoeligheid voor het speeksel van Culicoides muggen, ook wel kriebelmuggen of knutten genoemd. Deze muggen zijn ook de overbrengers van enkele ziekten bij paarden en andere diersoorten, waaronder Blauwtong en Afrikaanse paardenpest. Ook andere insecten kunnen een rol spelen in het ontstaan van SME.
De larven van de muggen ontwikkelen zich in mest, rottende vegetatie en stilstaand water. De muggen komen dan ook met name voor in vochtige gebieden. Ze zijn het meest actief tijdens zonsopkomst en zonsondergang en hebben een voldoende hoge temperatuur en luchtvochtigheid nodig om te kunnen overleven. Culicoides muggen zijn slechte vliegers en zijn daarom met name actief als er weinig wind staat. In Nederland is er sprake van een seizoensgebonden aandoening. De eerste problemen worden vaak gezien in april en kunnen vervolgens ongeveer acht maanden aanhouden.
SME treedt met name op bij paarden in de wei. Wat opvalt is dat vaak maar één of enkele dieren in de groep er last van hebben. Het lijkt soms dat paarden met name op stal schuren, maar dit heeft te maken met het feit dat ze in de wei geen mogelijkheid tot schuren hebben. De aandoening kan bij ieder ras, ieder geslacht en op elke leeftijd voorkomen. Meestal treden de eerste problemen pas op als het paard ouder dan 2 jaar is. De frequentie van voorkomen en de ernst nemen toe als het paard ouder wordt. Pony’s hebben vaker last van SME dan paarden. Hiervoor zijn twee verklaringen: pony’s worden vaker in de wei gehouden dan paarden en er is sprake van een erfelijke factor. Het is overigens niet zo dat gevoelige dieren meer insecten aantrekken, ze reageren alleen heftiger op het speeksel.
Naast omgevingsfactoren speelt dus ook erfelijkheid een belangrijke rol. Dit zien we aan het feit dat de aandoening meer voorkomt bij bepaalde rassen en families. Rassen met een grote gevoeligheid zijn friezen (18% van de friezen heeft SME), koudbloeden, fjorden, tinkers, welsh pony’s, new forest pony’s, ijslanders en haflingers.
Uit onderzoek is gebleken dat in Nederland het aantal gevallen van SME in Brabant en delen van Gelderland het hoogst is en het laagst in Noord Holland en op de wadden. Dit hangt waarschijnlijk samen met het feit dat de muggen meer voorkomen in bosrijke gebieden en minder in open gebieden en aan zee. Het type grond lijkt niet van invloed.
Verschijnselen
De problemen beginnen met veel jeuk en kleine bultjes. Deze eerste symptomen worden echter regelmatig gemist. De huidverwondingen die vervolgens ontstaan zijn het gevolg van het schuren. De meest voorkomende verwondingen zijn schaafplekken, korsten en kale plekken. De huid kan verdikt raken en er kunnen veranderingen in de pigmentatie optreden. Opvallend is de kaal geschuurde staart en afgeschuurde manen. De aangedane huid is erg gevoelig. Wanneer het probleem jaarlijks terugkeert, kan dit leiden tot een blijvend verdikte, geribbelde huid met kale plekken. Soms treedt een secundaire infectie met staphylococcen op, waardoor de jeuk nog kan verergeren.
Er worden drie verschillende patronen van huidverwondingen waargenomen. Dit heeft te maken met het soort mug, iedere soort heeft een bepaalde voorkeur voor een steekplaats.
Door de heftige jeuk zullen de paarden zichzelf krabben, bijten en schuren tegen voorwerpen in de omgeving. De jeuk en de irritatie kunnen het gedrag van het paard veranderen. Paarden kunnen angstig en nerveus worden en minder gaan eten. Hierdoor en door de soms uitgebreide verwondingen, kunnen ze tijdelijk ongeschikt worden om te rijden.
Diagnostiek
De diagnose insectenovergevoeligheid wordt gesteld op de ziektegeschiedenis, de klinische symptomen, het uitsluiten van andere oorzaken en het effect van de therapie. Opvallend hierbij is met name de typische verdeling over het lichaam, de heftige jeuk, het seizoensgebonden voorkomen en het vaker voorkomen bij bepaalde rassen en families. Ook het feit dat de aandoening niet infectieus is, is een belangrijk gegeven voor het stellen van de juiste diagnose.
Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van bloedonderzoek. Vooralsnog is er echter geen betrouwbaar bloedonderzoek mogelijk. Ook het nemen van huidbiopten leidt vaak niet tot betrouwbare resultaten.
Naast het bloedonderzoek wordt er volop onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een intradermale test. Hierbij worden delen van de mug in het paard gespoten en wordt er op verschillende tijdstippen gekeken of er een reactie op de huid ontstaat. Als er een reactie ontstaat, is er sprake van overgevoeligheid. De test is tot nu toe nog maar nauwelijks in de praktijk toegepast. De resultaten zijn op dit moment nog niet helemaal betrouwbaar. Er wordt echter volop gewerkt om deze test over een paar jaar in te kunnen zetten als betrouwbare vorm van diagnostiek.
Therapie
De beste manier om problemen te voorkomen, is ervoor te zorgen dat paarden niet blootgesteld worden aan de muggen. Dit kan op verschillende manieren bereikt worden:
Het lokaal behandelen van de aangedane plekken kan ook een belangrijke bijdrage leveren aan het verminderen van de klachten. De huid regelmatig wassen met een verzachtende shampoo of insmeren met zalf houdt de huid zacht, verwijdert de korsten en schilfers en vermindert de jeuk. Wanneer de verwondingen geïnfecteerd zijn, kunnen ze eenmalig gewassen worden met desinfecterende shampoo.
Wanneer een combinatie van mijden van muggen en behandeling van de aangedane plekken niet tot voldoende resultaat leidt, kan een systemische behandeling tegen de jeuk worden ingesteld. Hiervoor worden glucocorticosteroiden gebruikt. Het beste kunnen tabletten gebruikt worden die eenmaal daags gegeven moeten worden. Zodra de jeuk afneemt, kan de dosering afgebouwd worden tot de laagst mogelijke werkzame dosering om de dag. Belangrijk hierbij blijft nog steeds het weren van insecten.
Naast bovenstaande behandelmethoden kan het paard geënt worden tegen schimmel. Deze enting geeft bij een deel van de paarden een goed resultaat.
Hyposensibilisatie
Hyposensibilisatie is het inspuiten van het paard met toenemende concentraties van de stof waarop het dier allergisch reageert. Hierdoor neemt de allergische reactie af. Bij honden met allergieën wordt dit al volop toegepast met goed resultaat. Op dit moment wordt er volop onderzoek verricht naar het toepassen van deze techniek bij paarden met SME. Mogelijk kan hyposensibilisatie over een aantal jaar ingezet worden als efficiënte therapie.
Conclusie
SME is een jaarlijks terugkerend probleem bij een groot deel van de Nederlandse paardenpopulatie. Er is de laatste jaren al veel vooruitgang geboekt in het onderzoek naar SME. Het onderzoek richt zich op dit moment met name op de mogelijkheden voor diagnostiek en therapie. Vooralsnog is het mijden van de muggen de beste preventie en ook de beste therapie. Daarnaast kunnen fokkerijmaatregelen een belangrijke rol spelen in de preventie van SME.