DCO 013 - 528 35 35
DCO
DCO

Gebitsbehandelingen

Inleiding

Paarden hebben net als mensen een melkgebit en een blijvend gebit. Het melkgebit bestaat in elke kaakhelft uit drie snijtanden en drie kiezen; dus in de bovenkaak in totaal snijtanden en zes kiezen en in de onderkaak zes snijtanden en zes kiezen. De melksnijtanden breken door – vanaf het midden naar de zijkant rond 0-8 dagen , 6-8 weken respectievelijk 6-8 maanden. De melkkiezen (premolaren) zijn bij de geboorte meestal al doorgebroken en ook al in slijting (ze sluiten op elkaar aan en kunnen afslijten).

Wisselen

Het wisselen van de tanden begint op 2.5 jarige leeftijd. De snijtanden wisselen – weer van af het midden naar de zijkant – op 2.5, 3.5 en 4.5 jaar. De kiezen wisselen - van voor naar achteren – op 2.5, 3 en 3,5 jaar. De tanden en kiezen beginnen dus tegelijk met wisselen, maar bij de kiezen is het wisselproces sneller voltooid. Naast bovengenoemde tanden en kiezen heeft het paard een aantal gebitselementen, die niet door melktanden vooraf worden gegaan. Het betreft de achterste drie kiezen in iedere kaakhelft (molaren). Deze breken door op 1-, 2-, en 3-jarige leeftijd en komen in slijting op 2, 3 en 4 jaar. En dan zijn er nog de hengsten-, haak- ofwel ruinentanden. Deze breken door tussen 4 en 5 jaar en bevinden zich vrij kort achter de buitenste snijtanden, in elke kaakhelft één. Niet alleen mannelijke dieren hebben hengstentanden , ook bij een deel van de merries komen ze tot ontwikkeling, maar ze zijn dan in het algemeen veel kleiner. Op ongeveer 5-jarige leeftijd hebben de meeste paarden een volledig gebit met permanente elementen. Een volwassen mannelijk paard heeft dus 40 permanente elementen. Een volwassen merrie heeft 36 tot 40 permanente elementen, omdat merries wel of geen haaktanden kunnen hebben.

Wolfskiezen

Wolfskiezen zijn kleine kiesjes voor de eerste kies, meestal in de bovenkaak, maar in de onderkaak kunnen ze ook voorkomen. Ze hebben geen functie en zijn niet bij alle paarden aanwezig. Om te voorkomen dat deze wolfskiezen problemen geven met het bit, is het verstandig om ze te verwijderen (bij fokmerries die niet worden gereden, is dit dus in het algemeen niet nodig). Dit moet wel vakkundig gebeuren, wolfskiesjes zijn namelijk klein en breken gemakkelijk. Ook restanten van de wortel kunnen problemen geven. Het afknippen van wolfskiesjes is dus zeer onverstandig. Er kan ook sprake zijn van ‘blinde’ wolfskiezen, waarbij het kiesje niet is doorgebroken, maar meestal duidelijk voelbaar is (een bultje onder het tandvlees). Deze kunnen zeker ook problemen veroorzaken, juist omdat in dit geval het bedekkende tandvlees bekneld kan raken tussen kies en bit en zo pijnreactie kan geven.

Kauwen

Paarden en paardachtigen hebben een zogenaamd hypsodont gebit. Dat wil zeggen, dat de snijtanden en kiezen – nadat deze hun maximale lengte hebben bereikt, namelijk wanneer het paard ongeveer 6 jaar oud is – langzamerhand uit de tandkas groeien. Tegelijkertijd slijten de tanden aan het kauwoppervlak af als gevolg van het vermalen van voedsel. Op jonge leeftijd gaat dit proces met een snelheid van ongeveer 2 tot 4 mm per jaar. Op ouder leeftijd, boven circa 22 jaar , verloopt dit proces steeds langzamer. Op een gegeven moment is er nog maar zo weinig houvast in de kaak, dat de kiezen en/of tanden los gaan zitten, uitvallen of verwijderd moeten worden.

Een tand of kies bestaat uit een wortel en een kroon. In de mondholte zien we de zogenaamde klinische kroon; dit is het gedeelte van de tand of kies dat boven het tandvlees uitsteekt. De reserve kroon – het deel van de kroon dat zich onder het tandvlees in de kaak bevindt tussen de wortel(s) en de klinische kroon – is dus niet zichtbaar. Wanneer uitgroei en afslijting in evenwicht zijn, blijft de hoogt van de klinische kroon in de loop van de tijd ongeveer hetzelfde.

Bij een jong volwassen paardengebit zijn de kaaktakken van de onderkaak bijna geheel gevuld met kieswortels en reservekronen en hebben aan de onderzijde een afgeronde vorm.

Door de uitgroei van de kiezen verdwijnt deze ‘vulling’ langzamerhand en bij een paard op leeftijd worden de onderkaaktakken op doorsnee steeds meer V-vormig. De bovenkaak is breder dan de onderkaak, en ook de bovenkaakkiezen zijn breder dan de onderkaakkiezen, zodat in rust de bovenkiezen aan de wangkant buiten de onderkiezen uitsteken en de onderkiezen aan de tongzijde buiten de bovenkiezen. Tijdens het kauwproces beweegt de onderkaak zich in een cirkelvormige beweging naar beneden, opzij, naar boven en weer terug. Door normale kauwbeweging wordt toch het gehele kauwoppervlak afgesleten. Naast de zijwaartse beweging, is er ook een voor-achterwaartse beweging van de onderkaak (die moet kunnen plaatsvinden bij gesloten mond): de onderkaak beweegt ten opzichte van de bovenkaak naar voren als het paard het hoofd naar beneden beweegt of de hals buit en naar achteren, als het paard het hoofd omhoog brengt of de hals strekt, Door deze bewegingen blijft de druk in het kaakgewricht binnen normale grenzen. Tenslotte moet de hoek, die het kauwoppervlak met de horizontaslijn maakt, binnen normale marges blijven. Voor het kauwoppervlak van de kiezen geldt een hoek van ongeveer 15°, waarbij het kauwoppervlak van de onderkiezen naar de tongzijde oploopt en het kauwoppervlak van de bovenkiezen naar de wangzijde afloopt. Voor het snijvlak van de snijtanden geldt een hoek van circa 10° tot 12° met de onderkaaklijn. In de praktijk kun je aanhouden, dat het snijoppervlak van opzij bekeken, ongeveer evenwijdig moet lopen met de neusrug.

Afwijkingen

Juist door het feit dat er in het paardengebit een evenwicht moet zijn tussen uitgroei en afslijting van gebitselementen, ontstaan er gemakkelijk problemen. Als bepaalde delen van het kauwoppervlak niet of te weinig afslijten, groeien deze uit tot haken, scherpe randen of verhogingen ten opzichte van de kauwvlakte en kunnen daardoor de normale zijwaartse en voor-achterwaartse beweging van de onderkaak belemmeren. Paarden met tandproblemen kunnen door pijn en irritatie onmiskenbare signalen afgeven dat er iets mis is in de mond. Verschijnselen die hier op kunnen duiden zijn:

  • morsen met eten, proppen kauwen, moeite met eten, veel speekselen

  • gewichtverlies

  • slecht verteerde mest

  • hoofdschudden, kantelen, bit vastpakken, onrustige tong op het bit, tegen de hand zijn, vechten tegen het bit

  • slecht presteren, slecht aan de teugel zijn tot zelfs bokken

  • vieze stank uit de mond, eventueel bloed uit de mond

  • neusuitvloeiing, zwellingen van het kaakbot

Evengoed kunnen er flinke problemen in de mond aanwezig zijn, zonder dat het paard daar duidelijk verschijnselen van laat zien. Het is dus zeker ook niet zo, dat een paard in goede lichamelijk conditie altijd een perfect gebit heeft!

Een volledig gebitsbehandeling kost tijd, zo’n 15 tot 60 minuten. Wij behandelen in het algemeen de paarden aan huis, in hun eigen stal. Het voordeel van het behandelen door een dierenarts is, dat het paard gesedeerd (verdoofd) kan worden. Dit is vaak essentieel om het paard goed te kunnen behandelen.

 

 

Nieuws

November seniorenmaand

 De hele maand november geven we extra aandacht aan de oudere honden en katten.

Slechter eten, vermageren of juist aankomen in gewicht, meer drinken, strammer lopen, regelmatig braken; een hoop problemen die vaak aan ouderdom worden toegeschreven. Vaak is er echter een onderliggende aandoening die deze klachten veroorzaakt.
Hierbij kunnen we denken aan artrose, een verminderde nierfunctie, diabetes, te snel werkende schildklier enz.

Om deze aandoeningen in een vroeg stadium op te sporen kunt u deze maand voor een speciaal tarief terecht voor een seniorencheck:
- Klinisch onderzoek
- Urineonderzoek
- Volledig bloedonderzoek
U betaalt voor deze volledige check slechts €90,-.

4 oktober VacciCheck middag

Deze middag kunt u terecht voor een titerbepaling bij uw hond op onze praktijk in Oisterwijk. De kosten bedragen 37,50 per hond.

Wat is VacciCheck?

VacciCheck is een betrouwbare en eenvoudig uit te voeren serologische titerertest voor honden met een goed voorspellende waarde ten aanzien van bescherming voor Distemper, Hepatitits en Parvo. VacciCheck meet zowel maternale antilichamen als antilichamen die zijn aangemaakt na vorige vaccinatie, waardoor je weet of het dier al dan niet beschermd is.

Afhankelijk van de uitslag kan er op maat worden gevaccineerd.

Aanmelden of meer informatie? Neem contact op via 013-5283535 of via mdebeer@dierenartsenoisterwijk.nl.

Inzendformulieren Melkmonsters

De inzendformulieren voor melkmonsters zijn vanaf nu ook te downloaden op onze website.

Kijk hier voor meer informatie.

Vacature dierenarts gezelschapsdieren.

Wij zoeken met onmiddellijke ingang een enthousiaste, klantgerichte en flexibele dierenarts die ons team kan versterken. 
Zelfstandig kunnen werken is een pre en enige ervaring is een vereiste.

Het betreft een functie voor ongeveer 15-25 uur per week en meedraaien in ons dienstenrooster wordt verwacht. 

We bieden een leuke baan in een gezellig team met jonge mensen.

Facebook